In 2025 is het 100 jaar geleden dat de wereldberoemde roman ‘Het proces’ van Franz Kafka verscheen. Dit najaar brengt Toneelschuur Producties een prachtige en intense vertolking van het onvoltooide werk van Kafka naar het theater.

Ik woonde de voorstelling van zaterdag 15 november 2025 bij in Theater aan het Spui in Den Haag. Eigenlijk had ik een kaartje voor de vrijdag, maar toen had ik nog wat last van de naweeën van een dubbele wortelkanaalbehandeling. Het theater was zo aardig mij om te boeken naar de zaterdagavond. Daar ben ik ze heel dankbaar voor, want Toneelschuur Producties heeft een indrukwekkend theaterstuk van Het proces gemaakt.

Ga het zien, het kan nog tot 7 december 2025.

Vooraf

Het toneel is donker. In het midden staat een zwarte kolom. Eromheen een witte cirkel met aan de randen wat stenen keien en zwart strooisel, het lijkt wel sneeuw of as. Een vrouw veegt de cirkel schoon. 

Een andere bezoekster komt naast mij zitten. Ze vraagt mij wat ik van de voorstelling verwacht. Ik antwoord: ‘Ik heb Het Proces tweemaal gelezen en ik snap er nog steeds niet van. Daarom ben ik hier, want ik hoop straks nog steeds in dezelfde verwarring het theater te verlaten.’ De vrouw kijkt mij verwonderd aan, zeggende dat ze het boek nog nooit heeft gelezen. Dat wordt een pittige avond voor haar, denk ik.

De roman Het Proces

Ik geef eerst een korte samenvatting van het verhaal. Daarna bespreek ik de voorstelling. 

Het Proces gaat over Josef K., een procuratiehouder bij een bank die de ochtend van zijn dertigste verjaardag zonder duidelijke reden wordt gearresteerd. Het levert de wereldliteratuur de meest mysterieuze openingszin van een roman op:

Iemand moest kwaad van Josef K. hebben gesproken, want zonder dat hij iets slechts had gedaan werd hij op een ochtend gearresteerd. (vertaling Willem van Toorn, 2022)

Zo begint ook de theatervoorstelling, die behoorlijk nauw de verhaallijnen van de roman volgt. Het is geen voorstelling die een hele vrije vertolking geeft. 

Josef K. mag zijn leven voortzetten. Hij mag gewoon naar zijn werk en denkt dat gearresteerd zijn helemaal niet erg is. Toch raakt hij steeds verder verstrikt in een absurd, ondoorgrondelijk rechtssysteem. Niemand kan hem vertellen waarvan hij precies wordt beschuldigd, en elke poging om helderheid te krijgen leidt tot nog meer verwarring, bureaucratie en schuldgevoel. Hij raakt verstrikt in zijn eigen proces en iedere stap brengt hem dichter bij de onvermijdelijke (?) afgrond.

Het verhaal laat zien hoe macht, schuld en rechteloosheid werken in een systeem dat niemand begrijpt en waarin de hoofdpersoon langzaam zijn grip op zichzelf en zijn werkelijkheid verliest. Het eindigt in totale willekeur: Josef K. wordt zonder uitleg om het leven gebracht. 

Het theaterstuk 

De vertolking van Het Proces van De Toneelschuur volgt de roman behoorlijk nauw op de voet. Het publiek wordt vereenzelvigd met Josef K. doordat er consequent van ‘je’ wordt gesproken. Je wordt het verhaal ingezogen, en komt voor de spiegel van dezelfde vraag te staan: ben ik in een nachtmerrie beland, een woeste, soms duister erotische droom? Of ben ik in een rechtbankroman terechtgekomen? Sta ik terecht? Een affaire met duistere, onbekende, hogere bureaucratische en juridische machten? Wat kan ik doen?

Samen met de hoofdpersoon dwalen we door de vraag van schuld en onschuld, eigen keuzes maken en afhankelijk zijn van machtig boven ons gestelden. Het gevecht tegen een ondoorgrondelijk systeem. De toneelspelers hebben een masterpiece geleverd om de volstrekt ontoegankelijke en met zeer vele interpretaties – al 100 jaar lang – overladen roman ten tonele te brengen. 

Is Het Proces (door de tijd heen gespeld als respectievelijk Der Process, Der Prozeß, Der Proceß, Der Prozess) een uiterlijk proces (van de rechtbank) of een innerlijk proces (van een gemankeerde man op zoek naar verlossing, schuld en onschuld)?

De spelers brengen Josef K. en alle bijrollen uitermate goed tot leven. De onderdirecteur, met mobiel en tablet, die meer weet van de zaak dan Josef zelf. De oude oom, die neef Josef zo vaak heeft gewaarschuwd en hem desondanks wil helpen. De rechter-commissaris. De schilder Titorelli. De poortwachters en de oude, zieke advocaat met zijn overspelige verpleegster Leni. Ieder is een metafoor van het innerlijke gevecht van Josef: de schuld tegenover zijn joodse familie, de rechters, de geestelijke, de kunstenaar (symbool voor vrijheid), de zieke advocaat (symbool van een verziekt systeem). Josef ontmoet ze allemaal, maar schiet er niets mee op en ontmoet zichzelf niet.

De acteurs spelen soms vet en over de top, met oog voor de zwarte ironie uit de roman. De vierde wand wordt doorbroken, teken dat je als publiek medeschuldig (of onschuldig?) bent in je eigen proces.

De overgang van de hoofdstukken wordt gemarkeerd door een ronde over het witte speelvlak, of door een, soms dissonant, muzikaal intermezzo. Dan gebeurt met verve, waarbij de zwarte kolom op het toneel als praktische kleedkamer fungeert. 

Ongemakkelijke erotiek

De spelers vergen veel van zichzelf, met name in de ongemakkelijke en bizarre erotiek die in de roman (en in het leven van Kafka zelf) een rol speelt. Josef K. dringt zich grensoverschrijdend op aan Frau Bürstner  (metafoor voor Kafka’s vriendin Felice Bauer?). Ze wordt op het toneel uitermate onsmakelijk over haar hele gezicht afgelebberd met een fors uitgestoken natte tong. 

Zo ook met Leni, de verpleegster van de oude, zieke advocaat, die vaker sex heeft met cliënten van de advocaat. Josef K en Leni liggen lepeltje-lepeltje op elkaar op het toneel: grensoverschrijdend, niet alleen benauwd en voyeuristisch, maar ook onderdeel in het ontregelende ambivalente steekspel van trouw en schuld. Van Kafka is bekend dat hij een bordeelbezoeker was, zelf niet in staat tot een enigszins normale relatie met bijvoorbeeld de correspondentierelatie Felice Bauer, Milene Jesenka of Dore Diemant, of zijn eigen vader (denk aan ‘Brief an den Vater).

Niet voor niets is daardoor intimiteitscoach Zarah Bracht bij de productie betrokken. De emotionele spanning, tussen mannelijke en vrouwelijke spelers, is voelbaar. In het spel  volstrekt ambigu en weinig bevrijdend, door de spelers professioneel gespeeld.

Parabel Der kleine fabel

Hoogtepunt voor mij zijn twee parabels die in het stuk voorkomen. De eerste, ‘Der kleine fabel’ komt van oorsprong niet in Het Proces voor. 

‘Ach,’ zei de muis, ‘de wereld wordt elke dag kleiner. Eerst was hij zo groot dat ik er bang van werd, toen liep ik verder en verrezen er links en rechts in de verte al muren, en nu – het is helemaal nog niet zo lang geleden dat ik begon te lopen – ben ik in de voor mij bestemde kamer en daar in de hoek staat de val waar ik in loop’. 

‘Je moet van richting veranderen’, zei de kat en vrat hem op.

Hoezeer een losstaande fabel, geschreven enkele jaren na Het Proces, past de korte tekst thematisch zeer goed in de voorstelling: Josef K. als de muis die geen uitweg weet en de regie voert over zijn eigen ondergang. De kat als rechter. 

Parabel Voor de wet

Nog beroemder, en belangrijker, is de parabel ‘Voor de wet’.

Voor een poort staat een wachter die een man zegt dat hij nu niet naar binnen mag. De man wacht uren, weken, jaren en wordt oud. Hij wacht zijn hele leven, stelt vragen, probeert om toegang te krijgen, maar durft nooit door te zetten. Vlak voor zijn dood vraagt hij de poortwachter waarom er niemand anders gekomen is. De wachter zegt: “Deze deur was alleen voor jou bestemd. Nu sluit ik haar.”

De toneelspelers spreken luid en heftig op het podium wat de parabel al dan niet betekent. Gaat het over de ultieme waarheid? Over God? Over het systeem? De poortwachter symboliseert de macht die zichzelf in stand houdt (hij zegt niet “je mag nooit naar binnen”, hij zegt alleen bij herhaling “nu niet”‘). Gaat het over het missen van je eigen kansen? De man had gewoon door kunnen pakken (“deze deur was alleen voor jou”), maar deed het niet uit angst en twijfel. Is de poort de toegang tot wat?

Het is één van de briljante hoogtepunten uit de voorstelling, fenomenaal gespeeld door Vincent van der Valk, Valentina Tóth, Jacobien Elffers, Adhem Kouta, en Mattias Van de Vijver. Door het intigrerende spel word je uitgedaagd na te denken wat er op het podium gebeurt, en hoe je daartoe zelf verhoudt (zeker ook als de spelers zich ook nog eens in het publiek mengen). 

De aalmoezenier van de gevangenis is net zo’n sleutelfiguur. Op het toneel is het de ‘geestelijk verzorger’, tegenwoordig het vrijgevestigde beroep van iemand die zich met levensvragen bezighoudt rondom schuld, boete, rouw, of levensoriëntatie.  In de roman komt de passage voor in het hoofdstuk ‘In de dom’ (inderdaad, de imposante Praagse Sint Vituskathedraal), op het toneel is de kerk niet aanwezig, een vingerwijzing naar het nihilisme van Kafka en de tegenwoordige afwezigheid van religie. Sleutelzin: “Ik hoor dus bij de rechtbank. Waarom zou ik dus iets van jou willen. De rechtbank wil niets van jou. Hij ontvangt je als je komt en laat je gaan als je weggaat.”

Het loopt niet goed af met Josef K. zoveel is duidelijk. Op het toneel begint de zwarte sneeuw te vallen (of is as).

Aan de vooravond van zijn eenendertigste verjaardag komen tegen 9 uur in de avond twee mannen naar zijn woning. Ze hebben een duidelijke opdracht. Om K.’s keel leggen zich de handen van de ene heer, terwijl de andere een mes in zijn hart stoot en tweemaal omdraait. ‘Als een hond’ ging hij dood. “Het was alsof de schaamte hem moest overleven.”

Als je de roman niet kent, is het een zware zit. Dat blijkt ook wel: een enkele bezoeker houdt het niet vol en verlaat halverwege de zaal. Schuldbewust en in verwarring. Zonde! De voorstelling laat zich kennen als een zeer knappe prestatie om de roman – als luisterboek duurt het ca 8 uur – in minder dan 2 uur tot zijn meervoudige kern terug te brengen.

De bezoekster die naast mij zat, heeft de voorstelling uitgezeten. Ze vond het verwarrend, niet te begrijpen en liep verweesd het theater uit. Ik heb haar geadviseerd om Het Proces echt te gaan lezen, hoe ondoorgrondelijk de roman ook is en onbegrijpelijk haar zaterdagavondervaring. Ik liep vol gedachten de zaal uit met een glimlach over deze intellectuele mindfuck: regisseur Jessie L’Herminez heeft met de tekst van Vincent van der Valk heeft een excellente voorstelling gegeven die onbegrijpelijk mooi is. Een mooie ode aan Franz Kafka, 100 jaar na het postuum verschenen werk, 101 jaar na zijn dood. 

Speeldata tussen 31 oktober en 7 december 2025

 

Regie Jessie L’Herminez
Gebaseerd op Het Proces van Franz Kafka
Tekst Vincent van der Valk
Met Jacobien Elffers, Adhem Kouta, Valentina Tóth en Vincent van der Valk, Mattias Van de Vijver
Met dank aan Felix Schellekens, Mike Zanting
Kostuumontwerp Lisanne Bovée
Scenografie Janne Sterke
Geluidsontwerp Wessel Schrik
Lichtontwerp Varja Klosse
Techniek Tim Kockx, Victor Dijkstra, Klim Nelissen, Jelmer Tuinstra
Intimiteitscoördinator Zarah Bracht
Productie Petra Swagers, Willy Veen, Zora Modderman
ca. 100 min