Het is zondagavond 15 februari 2026, elf uur. Ik ben net thuis na het eerste concert van David Byrne in Amsterdam en check, weliswaar wat moe, nog even mijn mail. Eén nieuw bericht, van een half uur eerder. Afzender: de tourmanager van David Byrne. Ik open de mail en lees:

Wil je morgen de show bijwonen en hem ontmoeten? Hij heeft je boek ontvangen.

Op dat moment weet ik: dit verhaal neemt nu een wending die ik maandenlang voor onmogelijk heb gehouden.

In februari is mijn biografie Once in a Lifetime – 50 jaar Talking Heads verschenen, waarin ik het verhaal vertel van de band en van David Byrnes solocarrière. Je kunt het bij mij bestellen of in de betere boekhandel (online) verkrijgen.

Mail: mail@ericvandenberg.eu (vertel erbij of je wilt dat ik signeer)
Bestellen bij mijn uitgeverij kan ook: https://noordboek.nl/boek/once-in-a-lifetime/

Wat eraan vooraf gaat

Tijdens mijn revalidatie eind 2024, begin 2025 na een pittige operatie, schrijf ik de groepsbiografie over de band Talking Heads. Ik vind het onvoorstelbaar dat er in het Nederlands niet eerder een Nederlandstalige uitgave bestaat over een van de meest invloedrijke Amerikaanse bands uit de jaren ’80. Dus doe ik het.

Ik heb nog geen uitgever, maar dat is van later zorg. Met 17, nu 18, boektitels achter mijn naam heb ik er alle vertrouwen in dat dat goed komt. Zo gaat dat ook met vorige boeken.

Niemand reageert

Al snel vind ik dat ik een weg moet vinden om mijn boek bij een van de bandleden te krijgen. Gewoon, als waardering voor hun werk. Ik schat de kans op 1% dat dit lukt. Ik wil het gewoon proberen.

Chris Frantz, de drummer, reageert niet. David Byrne reageert niet. Niemand reageert. Dat snap ik goed, want er is op dat moment nog niets, behalve een manuscript dat bovendien nog niet helemaal af is. En waarom zouden ze reageren op iemand die een boek schrijft over je oude band van 35 jaar geleden, die is uitgedoofd, waar bijna rechtszaken zijn en ook nog eens in een taal die je niet spreekt.

Toch houd ik vol. Nadat ik een uitgever vind - de enthousiaste Erno Eskens van Noordboek/Van Gorcum - probeer ik het opnieuw. Eerst het management van David Byrne. Drie keer. In juni met follow-ups in juli en november. Geen reactie. Daarna heb ik mij tot de marketingvertegenwoordigers van Byrne in New York gericht. Pas bij de derde keer krijg ik een reactie van de directeur. Een korte forward naar de tourmanager in Londen. Zo van: pak jij dit even op? Maar ook die reageert pas na twee keer heel vriendelijk navragen.

Antwoord: uitgesloten, David Byrne wil dit niet.

Mijn kansen om David Byrne mijn boek persoonlijk aan te bieden, lopen hiermee dood. Ik schat vooraf de kans op 1% in dat het slaagt. Maar ik heb niets te verliezen. De aanhouder wint, toch?

Intussen ligt mijn boek bij de eindredactie, is Erno met Stijn Hospers bezig met de omslag, en heb ik mijn tickets al gekocht voor twee avonden David Byrne in Amsterdam. Eentje met een VIP-ticket, en twee tickets om met een vriend de dag later nog eens te gaan.

De maanden en weken verstrijken. Het boek komt uit en ziet er schitterend uit. Een geweldig resultaat door de mensen van Noordboek. Ben er heel trots op.

Denken in scenario's

Aan het ontmoetingsfront blijft het echte dood- en doodstil. Er gebeurt niets. Ik bedenk meerdere scenario’s. Optie 1: overhandigen in person. Het 1%-project dat tot nu toe niets oplevert. Als dat niet lukt, doorschakelen: via zijn crew de biografie tijdens het concert aanbieden. Maar hoe kom ik backstage?

Lukt dat ook niet: mijn boek op het podium gooien, zoals enkele mensen opperden, onder wie Bart Slim van NH Nieuws, in het interview met mij op 11 februari. Maar dat vind ik als biograaf onwaardig naar de legendarische band en naar de artiest. Patrick oppert in een berichtje: 'Gewoon vanavond met je boek voor het podium zwaaien'. Goede optie, maar beveiligers staan niet toe dat mensen vlak voor het podium staan (bizar, mensen die willen dansen worden teruggestuurd naar hun plekken)

Optie 4: aanbieden via de post. Dat is de laatste optie, met een zorgvuldig opgesteld briefje erbij. En waarvan je weet: daar kan wel eens geen enkele reactie op komen. Is dat erg? Niet eens.

Biografie achterlaten bij de balie

Ik besluit optie 1 te laten voor wat het is. Doorschakelen en kijken of ik iemand van de crew te pakken krijg. Ik heb een VIP-ticket voor de eerste avond. Een stage tour zit daarbij. Heel erg fangericht, maar ik kan wellicht een crew-member aanschieten. Second best.

Ik mail vooraf mijn wens en krijg als reactie:

Het zal helaas niet mogelijk zijn om het boek te overhandigen aan David Byrne aangezien hij niet persoonlijk betrokken is bij de VIP-onderdelen. Zolang het boek voldoet aan de veiligheidseisen van de locatie, mag het mee naar binnen en kunnen we dan eventueel kijken wat we voor je kunnen doen. Meld je daarom graag even bij onze registratiebalie.

Dus ik meld mij bij de registratiebalie. Ik verwijs naar de e-mail en geef twee van mijn boeken. Eén voor David Byrne, met een persoonlijke aanbiedingstekst aan hem, en één voor de mensen van de crew als bedankje dat ze het willen overhandigen. Dat willen ze doen en nemen de twee boeken aan. De stage tour is alleraardigst. Het eerste concert is fantastisch. Vol van de indrukken van de eclectische performance - eerder muziektheater dan een popconcert - met indrukwekkende visuals op drie enorme videowalls, uiteenlopende choreografie, een mix van dansers en musici, een mix van David Byrne- en Talking Heads-songs rijd ik naar huis, door de sneeuw.

Impressie stage tour en concert (tekst gaat verder na de video):

 

David Byrne wil mij ontmoeten

En dan ’s avonds bij thuiskomst de onverwachte e-mail van de tourmanager met de expliciete bevestiging dat David Byrne mij wil ontmoeten.

BINGO.

Dit is de opening waar ik meer dan een half jaar op wacht. Het 1%-project leeft weer. Ik antwoord direct dat ik erbij ben en zeer vereerd zou zijn als het tot een ontmoeting komt.

Wat ik hiervan leer, is dat vasthoudendheid als auteur zit in blijven geloven wat je wilt. Steeds opnieuw besluiten dat een verhaal, een boek of een poging het waard is. Ook als niemand reageert. Ook als je een afwijzing krijgt. Soms duurt het maanden voordat iets beweegt. Zolang je zelf maar blijft bewegen.

Het gebeurt.

Op maandag check ik vaak mijn e-mail om te kijken of ik een vervolgreactie krijg. Ik heb een interview met Ruud de Wild op NPO Radio 2 en haal Robert op om samen naar het concert te gaan. We eten pasta in de middag en het is even stressen. Want wanneer, hoe, wat, wie? Pas om half 4 komt het verlossende woord: ik krijg tickets voor de exclusieve aftershow. We kunnen naar Amsterdam, en het radio-interview hoef ik niet af te zeggen.

Robert en ik weten niet wat we kunnen verwachten: we hebben geen van beiden eerder een aftershow bijgewoond. Is het een extra klein optreden? Een meet & greet? Geen idee. En hoe gedraag je je? Wat zijn de etiquettes?
Vlak voor het concert begint, laat de tourmanager weten dat ik de tickets heb. Ze reageert direct dat we via de beveiliging te horen krijgen waar we moeten zijn. 'Awesome!' schrijft ze.

I must see this guy!

Het tweede optreden is energieker dan het eerste. De zaal gaat sneller mee met de band. Na afloop zoeken we een beveiliger op. Iedere bezoeker vertrekt in dikke winterjassen, maar wij worden opgevangen door de tourmanager. We stellen ons voor en ze is zeer enthousiast.

“Ik heb David gisteren je boek gegeven. Hij is superenthousiast en wil je heel graag ontmoeten. Hij zei gelijk: ‘I must see this guy!’.”

Ik vraag hoe het werkt en ze zegt dat het een hele chille, ontspannen ontmoeting wordt.  "David komt zo en is heel chill. Hij is de meest normale van iedereen die je straks ontmoet, haha". Enkele bandleden druppelen binnen. Mauro, de percussieleider die inmiddels 32 jaar met David samenwerkt. We spreken bandleden. Tim, de percussionist die ook werkt met John Zorn en Salif Keita en morgen blij is om nog even in Amsterdam te zijn. Kely, de briljante bassist. Ik heb mijn ‘Out of office’-sweater aan en dat is het eerste wat ze ziet als ze het podium betreedt. Ze zeg mij: "out of office, ik moest gewoon hard werken". Ze verwijst naar de zaal de avond ervoor, die pas laat op gang komt. Dat is deze tweede avond anders en dat vindt Kely heel belangrijk: de band wil mensen entertainen en hoopt dat ze gaan dansen, want daar werken ze voor.

David Byrne is dan al 'in the house' en staat met andere mensen te praten. Hij is zeer casual gekleed in een makkelijk zittend zwart t-shirt. Hij loopt rond op blote voeten.

Wij staan met Daniel, de keyboardspeler, herken ik nota bene al eerder wanneer we vooraf een hapje eten. Dan bedank ik hem al bij het weggaan en hij is verbaasd dat hij wordt herkend. Aan het einde van het concert steken we onze duimen op en hij grijnst terug vanaf het podium.

David Byrne komt bij ons drieën staan en Daniel noemt ons ‘zijn nieuwe vrienden’. Ik vertel David van het junkfoodrestaurant en hij schatert van het lachen, zijn glas wijn in zijn linkerhand. Mijn zenuwen vooraf zijn helemaal niet nodig. Het is een uiterst ontspannen ontmoeting en we staan lang te praten over de show en zijn werk buiten de muziek, zoals Theatre of the Mind, waarvan ik hoop dat het ooit naar Europa komt. Ik refereer naar zijn fotowerk, zoals een foto-expositie van hem in Leiden. Hij is geïnteresseerd in mijn biografie en bedankt mij ervoor. Ik vertel hem over de ontstaansgeschiedenis en hij is zichtbaar onder de indruk.

Er komen wat andere mensen bij ons staan en we kletsen nog wat verder. David ziet er wat moe uit naar een lange avond. Langzaam verlaten de bandleden de ruimte, want om 23 uur sharp vertrekt de bus naar Brussel, de volgende tourstop. We nemen met een fotoshoot afscheid van David Byrne en wensen hem veel succes in Brussel. 'We hebben je contactgegevens', zegt hij nog.

Ondertussen betreden twee beveiligers de ruimte en vragen ons mee te gaan. Ik drink mijn cola op en via de artiesteningang staan we, kruip door, sluip door, buiten en zien de tourbus staan. We zien Hannah, Stephane en andere groepsleden buiten staan. Gelukkig zie ik de enthousiaste tourmanager nog. Ze is als een moeder die op haar kinderen moet letten, zegt ze. “Well, you are a perfect mother,” sluit ik af.

Robert en ik vinden het geweldig. “Deze avond is sick,” zegt hij.

En dat is het.

Heel sick.